Het rapport Coronel; Ajax, de weg naar winst (Incl. Video)

Hieronder hebben wij de belangrijkste punten uit het rapport van de commisie Coronel gepubliceerd. Dit rapport wordt om 16:30 officieel gepresenteerd en dit zal live worden uitgezonden op AT5


Bekijk hierboven de persconferentie

Belangrijkste constateringen en aanbevelingen:
Bestuursmodel (bestuur en structuur, beursnotering, achterban)
In de afgelopen tien jaar is er geen antwoord gevonden op de spagaat die er is tussen de vereniging AFC Ajax en AFC Ajax NV. Ajax heeft slechts gedeeltelijk de omslag kunnen maken van een vereniging met een bestuur geleid door amateurs/zakenmensen, ondersteund door een klein apparaat, naar een professionele organisatie (nu beursgenoteerd) geleid door een professionele directie gecontroleerd door een RvC.

Er hebben zich in de afgelopen tien jaar vele wisselingen voorgedaan op de diverse bestuurlijke niveaus en dit is de rust en continuïteit van besturen niet ten goede gekomen. Integendeel, er is sprake van een hoge mate van grilligheid in de besluitvormingsprocessen.

De RvC dient op afstand te controleren en de dagelijkse verantwoordelijkheid dient in handen te liggen van een professionele directie. Het is van belang ieders rol helder en scherp te formuleren en dienovereenkomstig in te vullen. Hiermee wordt afstand genomen van het model waarbij de voorzitter van de RvC als boegbeeld geldt.

De Algemeen Directeur dient thuis te zijn in de voetbalwereld en is het boegbeeld van de club. Hij moet een peoplemanager zijn voor het personeel en een warme persoonlijkheid waar ook supporters en commerciële relaties zich bij op hun gemak voelen. De voorzitter van de RvC heeft een formele rol als voorzitter van het toezichthoudend orgaan.

Bij Ajax zijn voldoende reglementen en procedures van kracht, maar het proces van ‘checks and balances’ is onvoldoende op een aantal elementaire terreinen. Er is teveel gelegenheid om reglementen en procedures te omzeilen en te weinig sprake van collegiale verantwoordelijkheid.

De beursgang van Ajax in 1998 heeft de club behalve een eenmalige kapitaalinjectie geen financiële meerwaarde gebracht. De commissie adviseert te onderzoeken op welke wijze de beursnotering van Ajax beëindigd kan worden (‘delisting’). Een ‘delisting’ stelt Ajax in staat een nieuwe balans te vinden tussen het zijn van een professionele organisatie en een voetbalvereniging.

De Ledenraad moet op afstand uitsluitend de rol van aandeelhouder vervullen, die gelijk is aan de rol van andere grootaandeelhouders. Enkele malen per jaar kan er overleg zijn met de directie om bijgepraat te worden over de voortgang van het beleid.

Zolang Ajax een beursgenoteerde onderneming is, is overleg tussen de Ledenraad en de RvC niet gewenst. Mocht Ajax in de toekomst van de beurs gaan dan kan de rol van de Ledenraad opnieuw bezien worden.

Het beleidsplan, opgesteld door de directie en goedgekeurd door de RvC, moet een realistisch beeld schetsen van de mogelijkheden van Ajax, zowel in sportief als in financieel opzicht. Passend bij het Amsterdamse lef wil Ajax altijd voor de hoofdprijs gaan, maar het managen van verwachtingen dient met realisme toegepast te worden.

De toegenomen verzakelijking in de afgelopen tien jaar heeft enerzijds geleid tot een afstandelijke relatie met supporters, sponsors en andere stakeholders en anderzijds tot onvoldoende aandacht voor de sociale cohesie die bij een club als Ajax bij uitstek wenselijk is. Bij Ajax heerst een structureel kritische cultuur. Dat legt een zware druk op mensen binnen de organisatie.

Er is sprake van erosie van clubliefde. Het gevoel van het zijn van een voetbalclub moet in alle lagen van de organisatie terugkeren. Hoewel er al het nodige is gedaan op het gebied van supportersbeleid moet gestreefd worden naar verdere verbetering. Dit dient een speerpunt te blijven van het beleid van Ajax.

Voetbaltechnisch beleid (jeugdopleiding, topvoetbal)
De situatie zoals die zich een aantal keer in de afgelopen tien jaar heeft voorgedaan, waarbij een Technisch Directeur alleen in theorie de direct leidinggevende is van een sterke hoofdtrainer die zijn eigen staf meeneemt en aanstelt, dient te worden voorkomen. Ook de verkeerde volgorde van aanstellen (eerst de hoofdtrainer, daarna de Technisch Directeur) is ongewenst en dient te worden vermeden.

Kies voor een helder model. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden:
1. E en sterke trainer met bewezen managementkwaliteiten die leiding geeft aan de gehele betaald voetbal afdeling waaronder een hoofd scouting (model Louis van Gaal 1991-1997). In dit model dient de Algemeen Directeur een voetbalachtergrond te hebben.
2. Een sterke Technisch Directeur met ruime verantwoordelijkheden en bevoegdheden die de baas is van een goede trainer. Deze trainer is uitsluitend verantwoordelijk voor de training, coaching, opstelling en tactiek van het eerste elftal. In dit model geeft de Technisch Directeur leiding aan de gehele betaald voetbal afdeling en bepaalt hij alle voetbaltechnische aanstellingen.

Het technisch beleid over de afgelopen tien jaar is mede door het grote aantal wisselingen in leidinggevende functies onvoldoende gebaseerd geweest op de lange termijn. Mede als gevolg hiervan zijn de resultaten sterk achtergebleven.

In de tweede helft van de onderzoeksperiode zijn in toenemende mate spelers van buiten aangetrokken voor de breedte of omdat er geen of een geringe transfersom verschuldigd was. Dit in plaats van spelers die Ajax aantoonbaar op een hoger plan konden brengen.

De organisatie rond de scouting betaald voetbal wordt gekenmerkt door een gebrek aan vaste procedures. De betrokkenen bij de scouting hebben onvoldoende vertrouwen in elkaars oordeel.

Van een aantal spelers is niet duidelijk op welke basis en op wiens gezag zij zijn aangetrokken. De betrokkenen geven daarover tegenstrijdige verklaringen. In een aantal gevallen zijn spelers aangetrokken zonder scoutingrapport.

De commissie is van mening dat de functie van Technisch Adviseur in relatie tot het eerste elftal overbodig is en stelt met instemming vast dat deze inmiddels is afgeschaft.

De jeugdopleiding is organisatorisch goed opgezet en de jeugdscouting is structureel goed georganiseerd. De kwaliteit van de jeugdtrainers dient over de hele linie genomen echter te worden verbeterd. De wetenschappelijke onderbouwing van de trainingsmethodieken en de controle daarop moet worden uitgebreid.

Related posts